Ook Hoge Raad stelt Aelbers in het gelijk in FNV-kwestie

Het duurde een aantal jaren, maar er is eindelijk volledige duidelijkheid in de FNV-zaak. Nadat eerder de rechter en het Hof ons al in het gelijk hadden gesteld, heeft op 4 mei jl. ook de Hoge Raad zich in ons voordeel uitgesproken.

De kwestie in het kort

Al jaren liggen we met FNV in de clinch over de huisvestingskosten van buitenlandse werknemers. Wij zijn van mening dat het in rekening brengen van deze kosten bij buitenlandse werknemers niet meer dan reĆ«el is: waarom zou een arbeidsmigrant – die er zelf voor kiest om hier te komen wonen en werken – recht hebben op gratis huisvesting en een vergoeding van de reisuren om één keer per week terug te keren naar zijn thuisland? Dit vinden wij oneerlijk tegenover Nederlandse collega’s en de Hoge Raad is het met ons eens.

Artikel 55

Nu de rechter, het Hof én de Hoge Raad ons in het gelijk hebben gesteld, is de zaak eindelijk afgedaan. Dit betekent dat nu definitief is bevestigd dat een werkgever of uitzendorganisatie niet hoeft te betalen voor de tijdelijke huisvesting van een buitenlandse werknemer in de bouw, op basis van artikel 55 van de Cao Bouw en Infra. Artikel 55 blijft wel gelden als een arbeidsmigrant werk gaat doen dat veraf ligt ten opzichte van zijn tijdelijke huisvesting in Nederland. Net zoals dit geldt voor een Nederlandse werknemer dus.